Overdenking

Oproep...

Allereerst een verhaaltje:

Een boer in China ontwaakt op een morgen bij het kraaien van de haan. Hij staat op en kijkt, zoals altijd, eerst uit het raam om te zien hoe zijn paard erbij staat. Hij schrikt, want er is geen paard te bekennen. In de loop van de ochtend komen de buren één voor één langs en beklagen de boer om zijn lot. Wat moet hij nu beginnen? Zonder zijn paard kan hij zijn land niet ploegen, waardoor er geen brood op de plank komt. Het geweeklaag is niet van de lucht, maar de boer blijft kalm. 'Ach', zegt hij, 'we zien wel hoet het afloopt'. 

Als de boer twee dagen later 's ochtends ontwaakt, kijkt hij uit gewoonte weer naar buiten en ziet daar tot zijn verrassing niet alleen zijn eigen paard staan, maar ook nog twee andere paarden. Die zijn blijkbaar met het trouwe dier meegekomen. In de uren daarna komen de buren weer langs. Eén voor één.' Zo heb je een paard en zo heb je drie paarden. Gefeliciteerd!!' 'Ach', antwoordt de boer, 'we zien wel hoe het afloopt'.

De zoon van de boer probeert diezelfde middag één van de nieuwe paarden te berijden. Het dier is daar duidelijk niet van gediend. Als de jongen op de rug van het paard is geklommen, gooit het dier hem ervan af. Met een wijde boog vliegt de boerenzoon door de lucht. Hij valt hard op de grond en breekt zijn been. Wanneer de buren horen van het ongeval, komen ze de boer opnieuw beklagen. 'Wat ben jij een pechvogel zeg. De oogst staat voor de deur. Wie moet jou nu helpen om het gewas vna het land te halen?' Ách', luidt de reactie, 'we zien wel hoe het afloopt'. 

Drie weken later komen de ronselaars van de keizer in het dorp van de boer. Ze komen alle mannen tussen de zestien en dertig jaar inlijven om tegen een naburige staat oorlog te voeren. Zo'n oorlog kan jaren duren en zal zeker slachtoffers eisen. Alle jongens uit het dorp moeten nog diezelfde dag mee, behalve de zoon van de boer omdat die met een gebroken been op zijn strozak ligt. Als de buren dat vernemen, kloppen ze weer bij hem aan. 'Oooh, wat een ellende. Wij zien onze zonen misschien nooit terug, terwijl die van jou over een paar weken weer op z'n bnen staat. Het lot is jou wel erg gunstig gezind'. 'Ach', is het enige wat de boer weer zegt, 'we zien wel hoe het afloopt'. 

Bovenstaand stukje kreeg ik onlangs onder ogen. Ik wilde dit graag met julle delen, omdat het mij raakte. Het illustreert op een mooie manier dat we ons snel laten leiden door de omstandigheden waarin we verkeren. Dat heeft vaak tot gevolg dat onze stemming nogal wisselvallig is. Dan weer grote hoogten, daarna ineens weer diepe dalen. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Jantje lacht, Jantje huilt. Je merkt dat ook als je het mensen concreet vraagt: 'Hoe staat het in het leven?'Dan krijg je meestal van die nietszeggende antwoorden als: 'best...', 'gaat wel...', 'Nou kon beter, gaat wel'. Of ook heel tekenend; 'ik heb mijn dag niet'. Wanneer hoor je nu als je informeert naar hoe het met iemand gaat: 'Fantastisch! Ik ben gered! Mijn naam staat opgetekend in de hemel!' Welnee, wij zoeken het meestal meer in de aardse omstandigheden. Met als risico dat we meer gericht zijn op wat we niet hebben en wat ons overkomt en daardoor blind zijn voor wat we wel ontvangen. 

Blijdschap wordt vaak ingegeven door iets waar je naar uit kunt zien. Denk maar eens aan een kind dat bijna jarig is. We weten toch dat God in het verleden grote dingen voor ons heeft gedaan. Is er dan reden om aan te nemen dat dit in de toekomst niet zo zal zijn? Wij mensen zijn vaak wisselvallig, maar God niet. Zijn redding en verlossing zijn er altijd en blijven onveranderlijk. Vreugde is wat God ons wil geven. Het is niet iets wat wij onszelf bezorgen. We mogen leven te midden van dagelijkse en toekomstige grote daden van God. En geloof me, die zijn dichterbij dan we denken. Zouden we daar niet verheugd over zijn en ons minder laten meesleuren door de zorgen van elke dag? 

Daarom mijn oproep: WEES BLIJ EN VERHEUGD !!!

Harold